Meer over de activiteiten

  • iedereen (publiek zichtbaar)

De meest concrete vorm van samenwerking binnen het ECE betreft de pilotprojecten. De verantwoordelijkheid voor de voortgang en oplevering van eindresultaten in pilotprojecten ligt bij de trekkende samenwerkingspartner, niet bij het ECE team. De beoogde doelstellingen, werkwijze en ieders inzet in pilotprojecten worden vastgelegd in gezamenlijke intentieverklaringen. Pilotprojecten leveren in eerste instantie inzichten en ervaringen op met een aanpak of met communicatieboodschappen voor (een) doelgroep(en) die ‘anders dan anders’ zijn. Elk pilotproject levert een rapportage op met concrete resultaten, leereffecten en opschalingsmogelijkheden die de programmamanager kan benutten voor haar advies over het ECE na 2016.

De inbreng van het ECE team in pilotprojecten moet een zichtbare toegevoegde waarde hebben:

  • inbreng van kennis en tools (inhoudelijk, financieel, gedrag, marketing, communicatie) en/of
  • inbreng van netwerk en/of
  • inbreng projectmanagementcapaciteit en/of
  • enige financiële bijdrage als ondersteuning bij de ontwikkeling en verspreiding van toegepaste kennis in de pilots;
  • bijdrage aan de eindrapportage;
  • borging van de onafhankelijkheid van communicatieboodschappen richting doelgroepen;

Aangezien de bijdrage van de rijksoverheid voor het ECE (inclusief overhead kosten) 50% bedraagt, zal de inbreng van samenwerkingspartners vooral gestalte moeten krijgen in de pilotprojecten.

Ook bij het ontwikkelen van de kennisbank is sprake van samenwerking. De website beoogt - naast etalage voor de voortgang van de pilots - vooral een toegankelijke, onafhankelijke wegwijzer te zijn naar reeds bestaande kennis en ervaringen elders. De kennisbank wordt dus gevuld en actueel gehouden door partners. Een bijzondere samenwerkingspartner betreft Infomil, die verantwoordelijk is voor de informatievoorziening naar regionale uitvoeringsdiensten ten behoeve van de handhaving.

Tot slot zijn de netwerkbijeenkomsten van het ECE bedoeld om te informeren en te inspireren, maar ook om aan te zetten tot nieuwe samenwerkingsverbanden.